Logo WageningenBereikbaar.nl

Bus 86

23-09-2005

Tien voor vijf. vrijdagmiddag. Een stuk of tien studenten staan bij de bushalte aan de Haagsteeg te wachten op de bus. Ongeduldig zijn alle blikken gericht op de Lawickse Allee. De bus is te laat.

Het begint te waaien. Bladeren dwarrelen door de lucht. Motregen komt uit de hemel vallen. Een lange. brede jongen doet de rits van zijn roodwitte jas nog maar wat verder dicht.

Tussen de eikenbomen achter de bushalte loopt een studente met een grote witte hond. Nadat deze een plasje heeft gedaan tegen een boom. voegen hond en bazin zich bij de wachtende meute. Naast het meisje staat een jongen met een driekwart broek en een grote rugzak gelaten voor zich uit te kijken.

Een blond meisje met krullen steekt de weg over richting de bushalte. Ze trekt een trolleykoffer voort. Eenmaal bij de halte haalt ze haar OV-kaart uit haar handtas en kijkt op het bord met de bustijden. Een blik op haar horloge vertelt dat zelfs de volgende bus te laat is.

Dan komt bus 86 eindelijk de hoek om. Binnen is het proppen. "We hebben geprobeerd hem voor je vrij te houden," roept een blonde jongen tegen een zojuist ingestapte vriend. Hij wijst op de stoel schuin tegenover hem. waar nu de studente met de witte hond zit. Ietwat schuldig kijkt ze om. "Ach. het is druk," zegt de vriend, om aan te geven dat hij het niet erg vindt. Hij blijft staan. "Chippie?" vraagt de blonde jongen hem. Hij reikt een grote zak aan. Maar dan klinkt de stem van de buschauffeur door de intercom. "Kunnen we doorlopen?" De vriend stapt over de hond en loopt door naar achteren, weg van de chips.

De deuren sluiten en de bus vervolgt zijn weg langs de studentenflats. De lamp voorin springt op rood. Er moet iemand uit bij de Ooststeeg. Gezucht en gesteun. Een wat oudere mevrouw worstelt zich door de massa studenten naar buiten. De bus trekt weer op. Bij de volgende halte lukt het nog zeker tien mensen om in te stappen.

De jongen met de driekwart broek zit bij het raam. Hij heeft zijn grote rugzak op zijn schoot getrokken en staart naar buiten. Voor hem zit een jongen in een blauw jack met in zijn ene oor een oordopje van een discman. Op zijn schoot ligt een boek met een egaal blauwe kaft. dichtgeslagen.

Gelukkig, de halte bij Dijkgraaf is leeg. Geen nieuwe drommen die naar binnen moeten. Terwijl de bus doorrijdt, licht de rode lamp weer op. Twee Aziatische jongens stappen bij de Bomsesteeg uit. Een nieuwe lading studenten vult de ruimte die ze achter laten ruimschoots op.

De chauffeur vindt het nu genoeg. Met een afgeladen bus rijdt hij de Droevendaalsesteeg voorbij. De daar nog wachtende studenten kijken de bus verbouwereerd na. De mensen in de bus halen opgelucht adem. Vanaf nu is het relatief rustig. Niemand eruit, niemand erin. Zelfs de mensen die dicht op elkaar staan, komen even tot rust en staren zwijgend voor zich uit naar het landschap dat passeert. De jongen met blauwe jas slaat zijn boek open en laat de omgeving voor wat die is.

Een stelletje dat bij het raam staat, maakt gebruik van de rust. Het meisje laat zich ontspannen tegen haar vriend vallen. Genesteld in zijn armen en met haar hoofd op zijn schouder kijkt ze naar buiten. Hij blikt tevreden de bus rond. Een mobiel gaat over. Hard en storend. Geïrriteerd kijken passagiers om. De eigenaar van de mobiel neemt hem snel aan en begint te fluisteren. Als op commando gaan er nog twee af.

Het wordt nu steeds warmer in de bus. De jongen van het stel trekt zijn jas maar uit. "Nee, het schiet voor geen meter op," zegt een bellende jongen staand in het gangpad. Ongemak neemt nu de overhand. Een wesp kruipt zoekend over het raam. Die wil ook naar buiten.

Station Ede-Wageningen. Mensen halen opgelucht adem. Mobieltjes worden opgeborgen en jassen gaan weer aan. De deuren gaan open. Studenten stromen naar buiten. Grimassen verdwijnen. Het ergste deel van de reis naar huis zit er op.

De studenten lopen richting de treinen. "Prettig weekend!" roept een studente naar een vriendin die een andere kant op moet. Met een halflege chipszak wacht de blonde jongen op zijn vriend die nog van achteruit de bus moet komen. "Beetje druk", zegt hij wanneer ook zijn vriend eenmaal buiten is. De busdeuren sluiten achter hen.

Bron: Wb nr. 26, 22 september, door Laurien Holtjer