Logo WageningenBereikbaar.nl

Aanbesteden OV hoeft niet!

10-05-2007

SP-succes in Europees Parlement: Overheidsbedrijven in openbaar vervoer blijven toegestaan. Nederland kan wet personenvervoer veranderen.

Vandaag heeft het Europees Parlement besloten dat gemeentelijke en provinciale bedrijven in het openbaar vervoer gewoon mogen voortbestaan. Dat besluit was niet mogelijk geweest zonder de jarenlange inzet van Erik Meijer, europarlementariër voor de SP. Elke wetgeving in Europa begint met de aanwijzing van een rapporteur, en Meijer werd voor dit onderwerp in 2000 tot rapporteur gekozen. "Ik wist dat de EU gemeentelijke vervoerbedrijven wilde opruimen, net zoals overheidsbedrijven voor postbezorging of energievoorziening. Vanaf het begin heb ik me voorgenomen een weg te vinden om dat plan te stoppen. Maar dat lukt je alleen als je in heel Europa alle tegenkrachten daartegen kunt mobiliseren. Dat heeft uiteindelijk resultaat gehad."

Sinds de opkomst van de auto is het openbaar vervoer verliesgevend, dus moet er belastinggeld bij. In de Europese Unie heet dat staatssteun, en staatssteun mag eigenlijk niet omdat dat de vrije concurrentie en de markt zou verstoren. In juni 2000 deed de Europese Commissie het voorstel voor een rechtstreekse EU-wet die voorschrijft hoe voortaan in het openbaar vervoer gebieden en contracten worden toegewezen aan ondernemingen. Alle tram-, bus-, metro- en treindiensten waarvoor de tekorten worden gedekt met overheidsgeld zouden moeten worden aanbesteed. De onderneming die beweert het minste geld nodig te hebben wint die aanbesteding. Vooral internationale ondernemingen, zoals Arriva (Engels) en Veolia/Connex/BBA (Frans), die inmiddels al een groot deel van het vervoer in Nederland hebben overgenomen, zijn daarin geïnteresseerd.

De Europese Commissie beloofde kostendaling, maar die moet vooral komen van loondalingen doordat het personeel niet meer zeker is van zijn arbeidsplaats als een nieuwe contractant wordt ingeschakeld. Als beginnend rapporteur op dit belangrijke wetgevingsdossier kreeg Erik Meijer in 2000 te horen dat de bestaande situatie sinds lang strijdig was met de Europese verdragen, dat alle gevolgen al uitputtend waren bestudeerd en dat deze hervorming met de grootst mogelijke spoed moest worden doorgevoerd.

Zijn samenspel met de besturen van de grote steden, nationale verenigingen van gemeenten, vakbonden, gebruikersorganisaties en milieuorganisaties leverde een volstrekt ander beeld op. Kleine bedrijven, waaronder alle gemeentelijke bedrijven, liepen het gevaar om na enkele aanbestedingsrondes failliet te gaan. Dan zouden in plaats van kleinschalige overheidsmonopolies, grootschalige private monopolies ontstaan, waardoor op termijn overheid en gebruiker meer moeten betalen voor minder prestaties. Stappen naar gratis openbaar vervoer en het opnieuw aanleggen van stedelijke tramnetten kwamen ook in gevaar.

Op 14 november 2001 stemde het Europees Parlement (EP), met 317 voor en 224 tegen, voor het rapport van Meijer en de bijbehorende alternatieven. Naast een Europees te reguleren aanbesteding zou voor overheden ook de vrijheid blijven bestaan om hun openbaar vervoer op een niet-commerciële wijze zelf te organiseren. Zo´n parlementsbesluit wordt pas wet als ok de betrokken vakministers van de 27 EU-staten daarmee accoord gaan. Na ruim vijf jaar beraad heeft de Raad van Verkeersministers eind 2006 de voorstellen van Meijer grotendeels overgenomen. Daarna probeerde een deel van het Europees Parlement, waarin rechts nu sterker is dan voor 2004 en waarin veel nieuwe leden de voorgeschiedenis van deze wet niet meer kennen, alles weer te veranderen in de richting van meer markt en meer concurrentie. Nadat de verkeerscommissie van het Europees Parlement 42 wijzigingsvoorstellen op die tekst had aangenomen, heeft Meijer in april wekenlang moeten onderhandelen om het EP en de ministers op één lijn te krijgen. Meijer: "Enerzijds heb ik alle redelijke voorstellen vanuit het parlement naar de Raad toe verdedigd en daarmee ook de steun gewonnen van andere fracties. Anderzijds heb ik de Raad meegekregen om een aantal voorstellen die meer markt en minder keuzevrijheid voor gemeenten en provincies wilden af te wijzen. Het is verbazingwekkend hoe je in zo´n rol de uitkomst kunt sturen." Dat onderhandelingspakket kreeg op 10 mei de steun van de meerderheid van het EP, maar niet van de liberalen en sommige rechtse christen-democraten.

Voor Nederland betekent die uitkomst dat de EU niet langer in de weg staat dat steden en agglomeraties hun openbaar vervoer duurzaam door hun gemeentebedrijven kunnen laten uitvoeren. Dit wordt nu alleen nog belet door de Wet Personenvervoer 2000, die vooruitliep op de verwachte uitkomst van de EU-wetgeving. De nieuwe EU-verordening maakt het Nederland mogelijk de eigen wet te wijzigen. Op 17 april zag het er naar uit dat een kamermeerderheid daarvoor is. SP-kamerlid Emile Roemer heeft aangekondigd dat hij daarvoor een voorstel zal indienen De discussie daarover is toen aangehouden in afwachting van de uitkomst in het EP op 10 mei.

Bron: www.sp.nl, 10 mei